De cavalerie kepie

Het ontstaan van de kolbak

In de van Dale beschreven staat de kolbak beschreven als: “Berenmuts, een hoge pelsmuts als onderdeel van een militair uniform, onder ander bij de huzaren”, het woord is afkomstig uit de Franse/Turkse taal.

 

De kolbak wordt ook wel  pelsmuts, berenmuts en bontmuts genoemd. Vermoedelijk is de kolbak ontstaan in het Midden-Oosten. Daarbij werd de kolbak ook veel veelvuldig op de Balkan gedragen Omstreeks 1800 kwam het hoofddeksel in Europa. Tijdens de Napoleontische tijd, greep men vaak terug op het verleden, waarbij de uitdossingen van de Grieken, Romeinen en andere oude volkeren werden ingevoerd. Heel herkenbaar waren de helmen, welke zelfs mythisch aandeden. Rond het begin van de negentiende eeuw droegen de militairen diverse vreemde hoofddeksels. Tijdens de slag bij Waterloo werden er diverse vreemde hoofddeksels gedragen, waaronder de steek. De steek was het hoofddeksel die gedragen werd door Napoleon.  Maar ook werden er een merkwaardig hoofddeksel gedragen, genaamd de tsjapka. Het hoofddeksel leek op een helm met plateautje aan de bovenzijde. Ook niet te vergeten waren de Sjako/tschako, de oervorm van de kepie. De kolbak was ook een van deze vreemde hoofddeksels. In de meeste gevallen was de kolbak, een euforie van bont met daar op pluimen, gouden emblemen en gouden draden. Het voornaamste doel van de kolbak was de herkenbaarheid van de militairen.

 

De oorlogen werden in het begin van de negentiende eeuw gestreden als een schaakspel, waarbij de leiders op de berg het slagveld overzagen en hun strategische zet maakten. Hierbij konden zij hun troepen herkennen aan de uitdossingen van de militairen en de vaandels welke ze met zich voerden. De kolbak had buiten de functie herkenbaarheid, ook een beschermende functie. Dit kon zowel tegen de kou zijn, als het geweld van blanke wapens. De eerste kolbakken waren simpele lederen kokers, met daar omheen gelooide behaarde huid van zoogdieren. De behaarde huid  werd pels genoemd, waar de benaming van pelsmuts vandaan komt. De kolbak werd gedragen binnen vele legers. De bekendste kolbak genaamd “Bearskin”, wordt door de Guards in Groot Britannië gedragen. De naam “Bearskin”, is vertaald berenhuid, hier werden de meeste kolbakken dan ook van gemaakt. Waarom juist de beer als leverancier van de harige huid werd gebruikt, zal mogelijk te maken hebben met de structuur van de haren. De mogelijkheid, van het imponeren van de vijand met de geur van de beer, lijkt mij als auteur sterk. Al hadden de kolbakken van berenhuid een specifieke geur, door een medeverzamelaar omschreven als "Kinderboerderij".

 

In Nederland kennen we binnen het leger van voor 1940 ook kolbakken. Tegenwoordig worden deze alleen bij ceremoniële uniformen gedragen, tijdens speciale momenten. Binnen het Nederlandse  leger dragen de Grenadier, de “Gele Rijders” , Veldartillerie, Marechaussee en de cavalerie kolbakken. Gedurende een korte periode heeft ook de luchtmacht een soort kolbak gedragen. Dit was voornamelijk door de “Koninklijke Luchtnachtkapel”.

 

De eerste kolbak bij de cavalerie werd gedragen tussen  1820 en 1841 door de trompetter Huzaren. Dit was een hele simpel exemplaar, van zwart/bruin bont, met een witte pluim en een rode zak. Hier van was ook maar een uitvoering voor de manschappen.

 

 In 1867 werd de kolbak weer geïntroduceerd bij de cavalerie. Deze kolbak was gemaakt zeehondenpels/ pels van zeekalveren. Deze zeehondjes werden ook wel “Huilertjes” genoemd. Daar zeehonden alleen als baby vacht hebben, behoeft dan het  geen toelichting waarom er werd gehuild. De Kolbak was voorzien van drie metalen leeuwenkoppen, namelijk een aan de rechter bovenkant, de rechter onderkant en de linker onderkant. Aan de leeuwenkoppen zaten haken. Deze haken waren om het kinketting te bevestigen. Het kinketting was een geschakelde witmetalen schakels op stof of leer bevestigd. Aan de voorzijde was een kokarde. Vanaf de rechter bovenkant rond de kolbak was een schommel, of kolbaksnoer bevestigd. Deze was aan de rechter bovenkant gefixeerd door middel van een lus en knevel. Deze kolbak werd tot 1881 gedragen . Hierna werd de kolbak in deze samenstelling alleen bij het ceremonieel gedragen. In 1914 wordt de kolbak in de kale vorm weer geïntroduceerd, voor de huzaren. Hierna zal in 1940 het hoofddeksel kolbak niet meer voor dagelijks gebruik worden gedragen.

 

De Kolbak

De kolbak werd omstreeks 1910 verbeterd. De kolbak werd lager als het model 1867 .

.

Het model werd dan ook gelijk aan de kolbak van de koninklijke marechaussee. Hieronder een beschrijving van de officieren kolbak van de cavalerie dan wel de huzaren. De kolbak van de verschillende regimenten van de huzaren waren overigens gelijk in uitvoering 

Kolbak: 

De kolbak is gemaakt van zeekalverenvel van fijne kwaliteit, hoog aan de voorzijde 17 centimeter  aan de achterzijde 20 centimeter, voorzien van een kokardepompon van oranjezijde, omzet met 4 rijenzilveren torsade en van een stormketting en 3 leeuwenkoppen van verzilverd metaal.

De schakels van de kinketting voor de officieren zijn in tegenstelling tot manschappen geribbeld.  

 

 

 

 

Kolbaksnoer/schommel:

Rond de kolbak een snoer bestaande uit vier verzilverde koorden. Voor de manschappen en onderofficieren was het kolbaksnoer/schommel, van wit katoen. Aan de uit einde is de knevel te zien, waarmee de schommel werd ebvestigd.

 

 

 

 

 

Kolbakzak:

van scharlaken roodlaken, met zilveren koord gebiesd en met zilveren kwast van bouillons.

De onderofficieren en de manschappen hadden een witte katoenen kwast aan de kolbakzak 

 

 

 

 

 

Pluim :

Staande van witte struisvederen van plus/minus 14 centimeter in een tulp van verzilverd metaal.

 

 

 

Vangsnoer:

van zilver koord, met aan de twee uiteinden elke zijde  een "Pijnappel". Deze vangsnoer werd meestal ceremonieel gedragen, zoals een fouragere. Het koord zat dan als een lus om de nek, waar het koord achter langs ging en aan de linkerzijde naar boven ging, waar de pijnappels op de rechterborst, met een lus werden bevestigd. Het primaire doel van dit snoer, was het voorkomen dat de kolbak werd verloren bij het paardrijden. Het werd door de tijd meer als ceremonieel gebruikt en aangepast

 

 

 Kolbak manschappen:

 De kolbak van de manschappen was qua afmetingen gelijk aan die van de officieren. Het verchil tussen de kolbakken zijn de volgende:

De kokarde is van oranje katoen en niet zoals bij officieren voor zien van zilver galon.

De pluim is van wit paardenhaar

De kolbakzak is voorzien van een witte kwast en omzoomd met wit katoen.

De schommel en het vangsnoer zijn van wit katoen.

De binnenzijde van de manschappekolbak is van kurk en meestal gestempeld met CM ( Centraal Magazijn), met jaartal van in gebruik name.

De manschappen droegen de kolbak alleen tijdens ceremonielegelegenheden. Dit waren zoals beëdigingen diplomaten, begrafenissen, hoog bezoek enzevoort.

 Noot: De kolbakken welke in de dertiger jaren zijn aangemaakt, zijn doiorgedragen tot de zeventiger jaren. Hierna werden de kolbakken vervangen door syntetische exemplaren.